Nieuws Home Over ons Over koffie Koffiesoorten Machines Workshops Nieuwsbrief Bestel koffie Webwinkel Horeca Winkels Contact LinksWederverkoop Home
Share

 

Bron : Intermediair, 22 november 2005
Auteur:
Kees Versluis

De gezondste verslaving van Nederland
Na een decennium van terugval, zijn Nederlanders sinds vorig jaar weer meer koffie gaan drinken. Omdat koffie weer mag van de medische wetenschap. Omdat koffie het imago van pruttelend slootwater afgeworpen heeft, en exquise is geworden. ‘Proef eens, zoethout met een spoor van drop’

Doordrinken tijdens koffiemarathon

‘Hoe ver ben jij, Thijs?’ roep ik naar mijn collega vijftien meter verderop in Intermediairs kantoortuin. ‘Tien’, zegt hij. ‘Net kreeg ik het niet meer weg, nu gaat het wel weer.’ Het is lunchtijd en we zijn vanochtend rond half tien begonnen aan onze koffiemarathon. Doel: vandaag minstens twintig koppen koffie drinken en kijken wat de effecten zijn. Het valt ons tegen.

Ik voel me bij kop acht (11.45 uur) al redelijk hyper en een beetje duizelig. Terwijl we normaal gesproken toch redelijke drinkers zijn: met vijf, zes koppen op een doorsnee werkdag zitten we bijna tweemaal zo hoog als de gemiddelde Nederlander. 14.30 uur. ‘Veertien kopjes. Ik krijg het niet meer weg, ik moet voortdurend plassen en mijn urine stinkt’, zegt Thijs. Zelf zit ik pas op twaalf bakkies. Maar ook bij mij komt de automaatkoffie mijn neusgaten uit; ik voel misselijkheid opkomen.

16.00 uur. Toch nog even doorgedronken. Thijs zit op zeventien, ik op vijftien. Thijs zegt: ‘Het lijkt wel of alles een beetje begint te zweven. Ik kap er nou echt mee.’ Zelf heb ik het idee dat mijn handen trillen. En ik ben duizelig, kotsmisselijk en heb het gevoel dat mijn hart overwerk levert. Maar ondanks die ongemakken stuiteren we allebei van een bijna agressieve fitheid. We leggen nog even de bloeddruk- en hartslagmeter om de pols. Onze bloeddruk wijkt weinig af van de dag ervoor. Onze hartslag wel. Ik zit op 100 (was 60 om dezelfde tijd een dag eerder). Thijs: 89 tegen 75.

 

Koffie is lang niet zo slecht

‘Zeker allemaal inbeelding en aanstellerij van ons?’, vraag ik een paar dagen later aan Martijn Katan, hoogleraar humane voeding in Wageningen, en een van Nederlands bekendste wetenschappelijke koffiespecialisten. ‘Nee, nee’, zegt Katan. ‘Dat zijn bekende gevolgen van een overdosis cafeïne.’ Mensen die over hun persoonlijke taks heengaan – die taks ligt voor iedereen anders – gaan zich opgejaagd en gestresst voelen. Als ze blijven doordrinken, gaan ze uiteindelijk zelfs hallucineren. Alleen die hartkloppingen zijn wetenschappelijk omstreden, aldus Katan.
‘Dat verband is vroeger wel gelegd, maar nooit aangetoond.’
‘Toch wel gevaarlijk dus, koffie?’ wil ik weten. Bij extreme inname gebeuren rare dingen, antwoordt de éminence grise van de Nederlandse voedingswetenschappen, maar dat geldt bij alles, 25 liter water drinken op een dag is ook levensgevaarlijk. ‘Koffie is juist lang zo slecht niet als de meeste mensen denken. Je kunt dagelijks behoorlijk veel koffie drinken zonder negatieve gevolgen voor je gezondheid, dat blijkt steeds duidelijker uit wetenschappelijke studies.’ Die wetenschappelijke geruststelling staat haaks op het volksgeloof. Koffie is slecht, meent vooral het wat oudere volksdeel. Dat hebben ze van horen zeggen, of dat hebben ze ooit in de krant gelezen.

Dat laatste klopt. Oudere studies over koffie waren veelal negatief. Vanaf de jaren zeventig kwam er een stroom negatieve publicaties over cafeïne (en dus over koffie, cola en in mindere mate thee) op gang. Verschillende studies legden bijvoorbeeld een verband tussen cafeïne en een vergrote kans op een hartaanval. Nog steeds krijgen mensen met hartproblemen regelmatig het advies van hun arts volledig met koffie te stoppen. Andere studies legden een verband tussen koffie en (blaas-)kanker en tal van andere afwijkingen, ziektes en gebreken.

Veel (quasi-)onderzoek naar koffie

‘Cafeïne is in wetenschappelijke studies zo’n beetje met iedere bekende ziekte in verband gebracht’, zei de Amerikaanse toxicoloog James Coughlin onlangs in het populaire Britse wetenschapsmagazine New Scientist. Er is dan ook geen voedingsmiddel waarnaar zoveel (quasi-)wetenschappelijk onderzoek is gedaan als naar koffie. Coughlin schat het aantal publicaties dat hij heeft gelezen op vier- tot vijfduizend. Vooral een rattenstudie uit 1980 hakte er bij het grote publiek fors in.

Thomas Collins van de Amerikaanse voedselautoriteit FDA ontdekte dat kleine ratjes bovengemiddeld vaak geboorteafwijkingen hadden als aan hun moeder tijdens de zwangerschap flink cafeïne gevoerd was. Wereldwijd lieten veel zwangere vrouwen abrupt de koffie staan, de meest fanatieke onder hen dronken zelfs geen thee meer (thee bevat ongeveer de helft zo weinig cafeïne als koffie). Tegenwoordig geven nog maar weinig artsen een koffieverbod aan zwangeren, of ze adviseren, voor alle zekerheid, hooguit twee, drie kopjes per dag.

Bijna alle bezwaren tegen cafeïne zijn wetenschappelijk inmiddels ontkracht. De meeste van de koffiestudies uit de jaren zeventig gingen namelijk mank aan methodologische problemen. De grootste fout: de wetenschappers hadden niet beseft dat zich onder stevige koffiedrinkers bovengemiddeld veel rokers bevinden. De gevonden negatieve gezondheidseffecten blijken bijna allemaal een gevolg van roken. Corrigeer je de studies voor het forse aantal rokers, dan blijft er weinig leed meer over. Alleen een licht verhoogde bloeddruk door koffie staat wetenschappelijk nog overeind.

Negatieve koffietrend lijkt gekeerd

En wat die babyratjes betreft: hun handicaps waren het gevolg van de absurde hoeveelheden cafeïne die hun moeders kregen (het equivalent van tweehonderd koppen koffie per shot). Dezelfde rattenproef is later nog eens over gedaan met een realistischer cafeïnedieet: het negatieve effect was direct verdwenen. Kortom, in de woorden van Katan: ‘Het loopt reuze los met koffie.’ Dat zal menig Hollander deugd doen, want Nederlanders behoren tot de fanatiekste koffiedrinkers ter wereld. In 2004 joegen we er per persoon 7,1 kilo doorheen, ofwel zo’n 142 liter, ofwel duizend bakkies troost per jaar. Alleen de Scandinavische landen en de Alpenvolken drinken net nog iets meer dan wij.

Overigens ging het de laatste jaren wel bergafwaarts met de Nederlandse koffieverslaving. Begin jaren negentig zat Nederland nog op 8,4 kilo koffie per persoon per jaar, daarna is de consumptie gestaag gedaald. Dat kwam onder meer doordat de Nederlandse jeugd het koffiedrinken begon te verleren. Ze associeerden koffie met de bittere bak, die anderhalf uur op een warmhoudplaatje had staan verpieteren.

Die negatieve koffietrend lijkt inmiddels gekeerd: in 2004 stegen de verkopen voor het eerst sinds lange tijd weer. Het Senseo-koffiezetapparaat – het koffiepad-succesnummer van Philips en DE – is daarvoor in de eerste plaats verantwoordelijk. Zo’n zeventig procent van alle koffiezetapparaten in Nederland is tegenwoordig een Senseo. Hoewel echte koffiekenners voor de Senseo hun neus ophalen, heeft het apparaat voor de jeugd de Hollandse koffiecultuur weer acceptabel gemaakt. Want ja, Nederland heeft een koffiecultuur, vindt wetenschapper Katan. ‘Zoals Engelsen een theecultuur hebben.

Koffie in de horeca - meestal bedroevend

’Hoe sterk koffie zich in onze gewoonten verankerd heeft, blijkt wel uit de uitdrukkingen die we bezigen. Iemand bezoeken heet bij ons: ‘op de koffie gaan’ of ‘een bakkie doen’. Katan: ‘En we maken strikt onderscheid tussen goede en slechte koffie. Gaan we bij iemand langs en krijgen we daar een bakje oploskoffie, dan zien we dat bijna als een belediging. Amerikanen snappen daar bijvoorbeeld niets van.’

Koffiecultuur? Barend Boot begint te lachen. Ik ben zojuist zijn winkel voor ‘specialiteitenkoffie’ in Baarn binnengelopen, en we zitten aan een exquise espresso Ethiopia Boabodegelo. Slootwater is overdreven, maar het is nog altijd bedroevend wat de meeste Nederlandse cafés en restaurants hun gasten voorschotelen, aldus Boot. De speciale-koffie-importeur en uitbater van The Golden Coffee Box voert voor het Algemeen Dagblad de jaarlijkse koffietest uit. Dit jaar gaf hij meer dan de helft van de 68 bezochte établissementen een onvoldoende.

Maar het gaat desondanks vooruit met de kwaliteit van de Nederlandse koffie, vindt Boot. Het percentage onvoldoendes dat hij uitdeelde lag in het verleden nog hoger. En steeds meer Nederlanders beginnen neus te krijgen voor bijzondere koffie, dus niet de standaard mélanges die je in de supermarkt aanschaft. ‘Twintig jaar geleden werd je in Nederland nog raar aangekeken als je sprak over een bijzondere Colombiaanse koffie die je ergens gedronken had’, zegt Boot. ‘Tien jaar geleden ontstond een eerste groep liefhebbers van specialiteitenkoffies. En nu is de tijd rijp voor het bredere publiek.’

Koffie... als wijn

Mensen zoals Boot houden niet van standaard koffiemélanges met hun gemiddelde smaak. Nee, koffie is voor mensen als Boot zoiets als wijn. Ze proeven het ook net als wijn: eerst even de neus erin, dan een klein slokje, even peinzen, waarna ze bijvoorbeeld zeggen: ‘Zouthout en een spoor van drop.’ Het gaat hen om de allerbeste koffiebonen van de allerbeste plantages, geoogst, geschild en gedroogd met fluwelen handschoentjes. En natuurlijk puur, dus niet vermengd met bonen van een andere plantage.

‘Want hetzelfde koffiestruikje in de ene vallei geeft een heel andere smaak dan in de andere’, zegt Boot. De juten zakken gevuld met ongebrande bonen van de topplantages uit Zuid-Amerika, Ethiopië en Indonesië staan te pronken in Boots zaak. Terroir-koffies, noemen de koffieconnaisseurs ze wel. En voor de allermooiste koffies reserveert een enkeling zelfs de term ‘grand cru’.

Dat branden (zelf spreekt hij van ‘roosteren’) van deze specialiteitenbonen doet Boot zelf, voor een deel in zijn eigen winkel. Want de boon van de ene plantage heeft een heel andere ‘smaakcurve’ dan de andere. Koopt hij een partij op van een nieuwe plantage, dan test hij zelf op welke temperaturen en hoe lang ze het best in de ronddraaiende rooster kunnen. ‘Eerst probeer ik vier verschillende roostertemperaturen. Met de beste ga ik vervolgens variëren, net zo lang totdat het volgens mij optimaal is.’ Dan moeten de bonen gemalen worden. Boot wil het best voor zijn klanten doen, maar een echte koffieliefhebber maalt zijn bonen natuurlijk zelf, thuis.

Cup of Excellence

Boot reist voortdurend heen en weer tussen Nederland en ‘zijn’ plantages in onder meer Panama – ‘een klein koffieland, maar een juweeltje’ –, Brazilië, Colombia en Ethiopië. ‘Dat laatste is een prachtig koffieland. Je hebt er vijf koffiegebieden die ieder een heel eigen karakter hebben. Sommige zijn heel fruitig, andere meer chocolade met een boventoon van een fractie limoen.’ Een keur van internationale koffiemeesters, onder wie Boot, jureert in de meeste koffielanden jaarlijkse wedstrijden tussen de beste plantages.

De Amerikaanse George Howell begon in 1999 in Brazilië met deze zogenaamde Cup of Excellence. Het kostje van de winnende koffieboeren is gekocht. De sjieke Europese koffie-importeurs staan voortaan bij hen in de rij, en ze hoeven hun bonen niet meer te verhandelen via de arabicakoffiebeurs in New York (waar ze op dit moment ongeveer 1,06 dollar per 450 gram krijgen, de afgelopen jaren zelfs een stuk minder). Voor de allerbeste koffies wordt een veelvoud van de New-Yorkprijs neergelegd, soms wel rond de twintig dollar per 450 gram (zie bijvoorbeeld www.cupofexcellence.org).

Het aantal koffiespeciaalzaken dat dergelijke dure koffies verkoopt, neemt volgens Boot in rap tempo toe. In Amsterdam zijn het er al meer dan tien. Bij The Golden Coffee Box in Baarn is de klant per zakje van 250 gram minimaal vier euro kwijt. Dan heb je bijvoorbeeld een Colombia-filterkoffie; voor anderhalf of twee euro meer heb je een mooie Panama, een reuzen-Mexico of een Nicaragua Finca Santa Lucia.

Maar het kan nog veel duurder. Jamaica Blue Mountain: 35 euro voor een zakje. De absolute topper is de Sumatra Aceh ‘Kopi Luwak’: 59,50 euro voor een mini-zakje van 50 gram. Als daar zeven kopjes espresso of filterkoffie uitgaan, mag je blij zijn. Filterkoffie, met zulk duur spul? ‘Tuurlijk’, zegt Boot. ‘Op filterkoffie wordt door sommigen tegenwoordig onterecht een beetje neergekeken, espresso en cappuccino zijn hot. Maar licht geroosterd is filterkoffie heel speciaal.’ Zelf drinkt de connaisseur al gauw een kopje koffie of vijftien per dag. Nooit last van duizelingen, misselijkheid of een overfrequente stoelgang?. ‘Dat heb je alleen met slechte koffie’, meent Boot. Zoals je van een slechte wijn hoofdpijn krijgt. Goede koffie is gezond, zegt Boot. Dat is zijn persoonlijke ervaring, geeft hij toe.

Koffie is zelfs gezond

Dat koffie gezond zou zijn, staat de laatste jaren inderdaad wel eens in de krant. Uit recent wetenschappelijk onderzoek zou bijvoorbeeld gebleken zijn dat stevige koffiedrinkers minder kans hebben op suikerziekte. Een andere studie suggereert een beter seksleven. Zestig-plus en stevige cafeïne-innemer? Dan is de kans 62 procent dat je tussen de lakens nog behoorlijk tekeer gaat. Geheelonthouder? Tja, dan is die kans niet groter dan 37 procent, beweren Amerikaanse wetenschappers.

Volgens weer ander onderzoek zou met koffie de kans op nierstenen kleiner zijn. En zelfs ter voorkoming van kanker zou koffiedrinken helpen. Naast cafeïne zitten in koffie namelijk nog zo’n achthonderd chemische stofjes, waaronder anti-oxidanten die ook in rode wijn, fruit en groenten voorkomen. Ik bel naar Martijn Katan in Wageningen. Hoe zit dat, prof? Is koffie nu ineens van volksvijand weldoener geworden? Katan is enigszins sceptisch: ‘Het is zeer de vraag hoeveel van deze gevonden verbanden over een paar jaar nog overeind staan.’ Want wat de ene studie ontdekt, wordt door een volgende studie weer onderuit gehaald. ‘Zo werkt wetenschap nou eenmaal.’

Soms zou de voedingsdeskundige wel eens willen dat journalisten niet ieder onderzoeksresultaat onder ogen krijgen. Wordt er een of ander statistisch verband tussen voedingsmiddelen en ziektes gevonden, dan komt dat vaak direct groots in de media. Als een volgend onderzoek het ontkracht, is dat vaak niet meer dan een klein berichtje. ‘Eigenlijk moesten wij wetenschappers de voedingswetenschap gewoon eens tien jaar onder ons houden, en dan pas naar buiten brengen wat we min of meer zeker weten.’ Dat het grote publiek totaal niet meer weet wat het moet geloven, kan hij heel goed begrijpen, verzucht de prof. ‘Vandaag hoor je dit, morgen weer dat.’

Hoe erg is koffieverslaving?

‘Maar de huis-tuin-en-keukeneffecten van koffie – extra fit, ’s nachts niet kunnen slapen, en een verhoogde neiging de darmen te ledigen – die zijn toch zeker wel bewezen?’ vraag ik bezorgd aan Katan. ‘Alert word je van koffie inderdaad’, zegt hij. Hoewel, ook daarover is nog steeds enige discussie gaande. Want het zou kunnen dat die fitheid door een shot koffie voornamelijk veroorzaakt wordt doordat je je ‘verslaafde’ lichaam geeft waar het om vraagt. De fitheidspiek na een kop koffie treedt overigens op tussen een half uur en een uur na inname. Maar het kan wel vijf uur of langer duren voordat de cafeïne je bloed helemaal verlaten heeft, slecht kunnen slapen na een bak koffie is dan ook een bewezen feit.

Rokers hebben in dat opzicht overigens een voordeel. Hun lichaam breekt de cafeïne een stuk sneller af. En de stoelgang? Twee koppen koffie ’s ochtends en een half uur later uitgebreid naar de wc moeten? Dat effect blijkt niet uit de wetenschappelijke literatuur, zegt Katan, al is er weinig onderzoek naar gedaan. ‘Ik denk niet dat het effect bestaat. Mensen staan op, drinken koffie of thee, voelen vervolgens aandrang, en zoeken naar een oorzaak. Ik denk dat ze ook zonder cafeïne die aandrang krijgen, in een recent Rotterdams onderzoek werkte een kop warm water even goed als een kop koffie.’

Laatste vraag: koffieverslaving, hoe ernstig is dat? Valt enorm mee, zegt Katan, de lichamelijke gewenning is veel minder sterk dan bij tabak of alcohol. Maar je merkt wel een duidelijk effect wanneer je als frequente koffiedrinker radicaal stopt. ‘Veel mensen krijgen dan ernstige, kloppende hoofdpijn, die na één of twee dagen overigens weer verdwenen is, dan is je lichaam alweer ingesteld op de afwezigheid van cafeïne.’ Dat proberen we uit: een hele dag geen koffie. 10.30 uur. ‘Ik ben nog steeds niet wakker, Thijs, en jij?’ Thijs ook niet, zegt hij. ‘Ik zit maar naar mijn tekst te staren, voel me erg loom.’

11.30 uur. Ik voel een lichte hoofdpijn opkomen. 14.00 uur. Totaal geen puf meer, voel me geradbraakt en wil het liefst mijn bed in. ‘Mijn hoofdpijn wordt steeds erger’, klaagt Thijs. 16.00 uur. Beiden hebben we zo’n zware hoofdpijn dat we niet meer kunnen werken. ‘Ik neem twee paracetamols, binnen een half uur voel ik me weer uitstekend. Thijs bezwijkt drie kwartier later eveneens voor de cafeïnehoudende pijnstillers. ‘Doe ik nooit meer, geen koffie’, zegt Thijs.


Copyright © 2010 Boot Koffie / The Golden Coffee Box - disclaimer - Webdesign by Elway Designs